Vul je binnenbeenlengte en cranklengte in en zie waar drie gepubliceerde formules je zadel zetten. Controleer het daarna zoals bikefitters dat doen: aan de hoek van je knie met het pedaal onderaan, gemeten op een foto.
Ga op de fiets zitten met de crank naar beneden, in het verlengde van de zadelbuis. Maak een foto van opzij en tik daarna je heup, knie en enkel aan.
Gemeten op deze pagina. De foto wordt nooit geüpload.
De formules en hoekbereiken komen uit gepubliceerde bikefitstudies, die onderaan de pagina staan.
Dit is het protocol uit de zadelhoogtestudies van Peveler en collega’s, die een plank gebruikten waar jij een boek gebruikt. Een paar millimeter fout in je binnenbeenlengte wordt dezelfde paar millimeter in je zadelhoogte.
Greg LeMond vermenigvuldigt je binnenbeenlengte met 0,883 en meet van het midden van de trapas tot de bovenkant van het zadel. Hamley en Thomas gebruikten 109% van de binnenbeenlengte, gemeten van de pedaalas tot de bovenkant van het zadel, met de crank in het verlengde van de zadelbuis. Ferrer-Roca en collega’s filmden renners tijdens het trappen en stelden 108,6% tot 110,4% voor, op dezelfde manier gemeten.
Het verschil dat telt is de crank. LeMond meet vanaf de trapas, dus zijn getal verandert niet met de cranklengte; de andere twee meten vanaf het pedaal, dus bij hen wel. De calculator zet alle drie om naar één maat, van de trapas tot de bovenkant van het zadel, zodat je met een rolmaat op je eigen fiets kunt nameten.
Geen van de drie is exact voor één persoon. In een studie met 19 getrainde renners gaf de formule van LeMond kniehoeken van 14° tot 43°. In twee andere liet de 109%-methode de knie buiten het bereik van 25° tot 35° bij 63% van 27 renners en 73% van 11. Een formule brengt je in de buurt. Je knie vertelt je of je er bent.
Bikefitters beoordelen de zadelhoogte aan de knie. Met het pedaal onderaan en de crank in het verlengde van de zadelbuis moet de knie gebogen blijven: meestal tussen 25° en 35° als de renner stilzit. Het bereik komt van Holmes en collega’s, die smallere doelen gaven voor renners met knieproblemen: 25° bij pijn aan de knieschijf, 25° tot 30° bij problemen met de quadricepspees en 30° tot 35° bij pijn aan de buitenkant van de knie (de iliotibiale band).
Tijdens het trappen strekt de knie een paar graden verder dan als je stilzit, tussen 5° en 8° meer in één studie. Daarom ligt het doel gemeten op video hoger: 30° tot 40°, volgens Ferrer-Roca en collega’s. De calculator gebruikt het juiste bereik voor elk soort foto.
Een knie die gestrekter is dan het bereik betekent dat het zadel hoog staat. Een knie die meer gebogen is, dat het laag staat.
Een foto is een platte, tweedimensionale meting. Staat de camera niet haaks op je been, dan klopt de hoek niet, en een studie naar tweedimensionale video vond dat die de knie ongeveer 2° gestrekter meet dan 3D-bewegingsanalyse. Beschouw een uitkomst binnen een paar graden van de rand van het bereik als twijfelgeval.
Verander je de cranklengte, verschuif het zadel dan evenveel de andere kant op: 5 mm kortere cranks, 5 mm hoger zadel. Zo blijft de afstand van zadel tot pedaal onderaan de slag gelijk, en zo stellen onderzoekers renners af als ze cranklengtes vergelijken. De cranklengte-calculator (in het Engels) laat zien wat er verder verandert.
Schoenen, schoenplaatjes en pedalen veranderen ook de afstand van je voet tot de pedaalas, en geen van de formules houdt daar rekening mee. Nog een reden om je kniehoek op je eigen fiets te controleren in plaats van op een getal te vertrouwen.
Zadelhoogte is één instelling van vele. Zadelterugstand, reach, stuurhoogte en de stand van je schoenplaatjes veranderen allemaal hoe je knie beweegt, en een bikefitter kijkt hoe je trapt.
De bereiken komen uit groepen renners. Lenigheid, verschil in beenlengte en oude blessures verschuiven je eigen beste hoogte. Doet een knie of heup pijn, ga dan naar een fysiotherapeut of bikefitter voordat je iets verstelt.
Een camera die niet haaks op je been staat, of een punt dat een centimeter naast zit, verandert de uitkomst met meerdere graden.
Zo hoog dat je knie licht gebogen blijft, ongeveer 25° tot 35°, met het pedaal onderaan terwijl je stilzit. Vermenigvuldig als startpunt je binnenbeenlengte met 0,883 en meet van het midden van de trapas tot de bovenkant van het zadel. Controleer daarna je kniehoek.
Het is een goed startpunt en een slecht eindantwoord. In een studie met 19 getrainde renners gaf de formule kniehoeken van 14° tot 43°, en ze verandert niet met de cranklengte. Controleer de uitkomst met je kniehoek.
Hamley en Thomas zetten de zadelhoogte op 109% van de binnenbeenlengte, gemeten van de pedaalas tot de bovenkant van het zadel, met de crank in het verlengde van de zadelbuis. Latere studies vonden dat de knie daarmee bij de meeste geteste renners buiten 25° tot 35° viel.
Van het midden van de trapas, langs de zadelbuis, tot de bovenkant van het zadel waar je zit. De calculator geeft elke methode in die maat.
Nee. Elke methode hier mikt op een gebogen knie onderaan: 25° tot 35° als je stilzit, of 30° tot 40° tijdens het trappen. Een gestrekt been betekent dat je zadel te hoog staat.
Ja, evenveel de andere kant op: 5 mm kortere cranks, 5 mm hoger zadel, gemeten vanaf de trapas. De afstand tot het pedaal onderaan de slag blijft gelijk.
Nee. Hij wordt in je browser geopend en gemeten en verlaat je apparaat nooit.